ECLI:NL:RBDHA:2022:12081
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens niet-urgent huisvestingsprobleem
Eiser heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat hij met zijn gezin in een te klein appartement woont en er sprake is van medische en psychische problemen die verergeren door de woonsituatie. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (Hvv) en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser stelde in beroep dat zijn situatie levensontwrichtend is en dat de hardheidsclausule had moeten worden toegepast.
De rechtbank stelt vast dat verweerder beleidsvrijheid heeft bij het toekennen van urgentieverklaringen en dat het beleid gericht is op een rechtvaardige verdeling van de schaarse woningvoorraad. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor urgentie, omdat het woonprobleem niet urgent is en redelijkerwijs voorkomen of opgelost kan worden.
De psychische problemen en het te klein wonen kwalificeren niet als urgent woonprobleem. Ook de medische situatie van het kind kan met behandeling worden aangepakt. De uitbreiding van het huishouden zonder passende woning was te voorzien. De hardheidsclausule is bedoeld voor uitzonderlijke gevallen en is hier niet van toepassing. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.