ECLI:NL:RBDHA:2022:12088
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is buiten behandeling gesteld bij besluit van 7 april 2022. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld op 11 mei 2022. Verzoeker was niet aanwezig vanwege verhindering, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter direct uitspraak gedaan en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL22.6406) op dezelfde dag is behandeld en uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.