ECLI:NL:RBDHA:2022:12090
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Eiser, een burger van de Democratische Republiek Congo, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Deze aanvraag werd bij besluit van 31 maart 2022 afgewezen als ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De gemachtigde van eiser meldde op 23 augustus 2022 aan de rechtbank dat eiser sinds 17 mei 2022 met onbekende bestemming was vertrokken en dat er geen contact meer mogelijk was. Zowel eiser als verweerder gaven aan niet naar de zitting te zullen komen, waarna de rechtbank besloot schriftelijk uitspraak te doen zonder zitting.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep en verklaarde het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.