ECLI:NL:RBDHA:2022:12092
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende terugkeergarantie en tegenstrijdige informatie
Eiseres, een Ghanees staatsburger, verzocht om een visum kort verblijf om met haar twee minderjarige Nederlandse kinderen haar partner in Nederland te bezoeken. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van artikel 32 van Pro de Visumcode, omdat eiseres het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende had aangetoond en de terugkeer naar Ghana niet aannemelijk was.
Eiseres voerde aan dat zij zorg draagt voor haar moeder en een baan heeft in Ghana, en dat zij na het bezoek aan Nederland zou terugkeren. De staatssecretaris stelde echter dat eiseres onvoldoende sociale en economische banden met Ghana kon aantonen en dat zij tegenstrijdige en onbetrouwbare informatie had verstrekt, waaronder inconsistenties over de relatie met de referent en haar burgerlijke staat.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris een ruime beoordelingsmarge heeft bij visumaanvragen en dat de tegenstrijdigheden en het ontbreken van sterke banden met Ghana terecht tot afwijzing leidden. Ook was het niet onzorgvuldig dat stukken van eerdere visumaanvragen laat werden overgelegd. De hoorplicht werd terecht beperkt omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eiseres kan binnen vier weken in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard.