ECLI:NL:RBDHA:2022:12094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsdocument wegens onvoldoende gegrond vermoeden schijnrelatie
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een verblijfsdocument op grond van zijn relatie met een Poolse vrouw, referente. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af op basis van een vermoeden van een schijnrelatie, gestoeld op tegenstrijdige verklaringen en een hoorzitting.
Eiser betoogde dat er geen objectieve indicatoren waren die een onderzoek naar de aard van de relatie rechtvaardigden en dat de conclusie van een schijnrelatie onterecht was. De rechtbank oordeelde dat de door verweerder aangevoerde indicatoren niet overeenkomen met de richtsnoeren uit de Verblijfsrichtlijn en dat er geen gegrond vermoeden van misbruik bestond.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval een nieuw besluit binnen acht weken. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het aannemen van een schijnrelatie en het respecteren van de beoordelingsruimte binnen de kaders van de Verblijfsrichtlijn.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.