ECLI:NL:RBDHA:2022:12151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing tegemoetkoming onderwijskosten driejarige in Noorwegen
Eiser, een defensieambtenaar geplaatst in Noorwegen, vroeg een tegemoetkoming in de onderwijskosten voor zijn driejarige zoon die een onderwijsinstelling bezoekt. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat de onderwijsinstelling kwalificeert als kinderopvang en dat vergoeding pas vanaf vier jaar mogelijk is volgens de vaste gedragslijn.
Eiser betoogde dat het gebruikelijk is dat driejarigen in Noorwegen kleuteronderwijs volgen en dat de onderwijsinstelling een onderwijsprogramma aanbiedt dat overeenkomt met Nederlandse leerdoelen. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was het besluit te nemen, maar dat hij niet in redelijkheid kon volstaan met de verwijzing naar de Wet Kinderopvang zonder het onderwijsaanbod nader te onderzoeken.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens ondeugdelijke motivering en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij de door eiser aangedragen bewijsstukken moeten worden meegewogen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen over de tegemoetkoming onderwijskosten.