Partijen, ex-samenwoners zonder samenlevingscontract, zijn gezamenlijk eigenaar van een woning. De man woont sinds het uiteengaan in de woning en wenst de vrouw uit te kopen. De rechtbank stelt de waarde van de woning vast op €500.000 op basis van een taxatierapport van september 2020, ondanks bezwaar van de vrouw die een actuele taxatie wilde.
De man vordert vergoeding van zijn inbreng en investeringen uit privé-middelen, maar de rechtbank oordeelt dat deze regresvorderingen zijn verjaard omdat meer dan vijf jaar is verstreken sinds de betaling. De hypotheekschuld per 22 oktober 2020 bedraagt €181.639,40, waarvan de man de helft moet dragen. De uitkoopsom aan de vrouw wordt vastgesteld op €145.500.
De rechtbank bepaalt dat de vrouw moet meewerken aan de levering van de woning aan de man en dat bij gebrek aan medewerking het vonnis in de plaats treedt van haar wilsverklaring. Indien de man niet binnen twee maanden de financiering rond krijgt, zal de woning worden verkocht en de overwaarde verdeeld.
Daarnaast krijgt de vrouw een gebruiksvergoeding van 2% van haar aandeel in de overwaarde, berekend op €265 per maand vanaf 8 maart 2021 tot de overdracht. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.