Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van 7 mei 2022 waarbij hem de maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de overdracht en behandeling van zijn zaak.
Tijdens de zitting op 16 mei 2022, waarbij eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk aanwezig was, werd vastgesteld dat eiser de gronden voor de bewaring niet betwistte. De rechtbank overwoog dat de bewaring noodzakelijk was vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en het risico dat eiser zich zou onttrekken aan toezicht.
De rechtbank oordeelde dat de termijn tussen de inbewaringstelling en de eerste vertrekhandeling (zeven dagen) onder de gegeven omstandigheden niet onevenredig was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die duidden op onvoldoende voortvarendheid van verweerder. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.