Uitspraak
Rechtbank den haag
de verdachte,
bijgestaan door mr. R.A. Bruinsma, advocaat te Amsterdam.
1.De procedure
2022.
2.Het verschoningsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
J. Brandt en R. Cats, in tegenwoordigheid van de griffier.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 3 augustus 2022 een verzoek tot verschoning van de rechter toegewezen. De rechter die belast was met de strafzaak tegen de verdachte had eerder bemoeienis gehad met nauw samenhangende zaken waarbij ook andere betrokkenen waren veroordeeld. In die eerdere zaken waren feitelijke vaststellingen gedaan over de rol van de verdachte die ook relevant zijn voor de huidige zaak.
Het verschoningsverzoek werd ingediend op basis van het risico op schijn van partijdigheid, aangezien de rechter eerder betrokken was bij zaken die nauw samenhangen met de huidige strafzaak. De rechtbank overwoog dat hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, uitzonderlijke omstandigheden zoals eerdere betrokkenheid bij gerelateerde zaken aanleiding kunnen geven tot een terechte vrees voor vooringenomenheid.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek terecht was en wees het toe om de schijn van partijdigheid te vermijden. De behandeling van de hoofdzaak zal daarom worden voortgezet door een andere rechter, waarbij het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het verzoek. Een afschrift van de beslissing is toegezonden aan alle betrokken partijen.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.