Eiser ontvangt sinds 2015 een AIO-aanvulling. Verweerder heeft de AIO-aanvulling over 2018 herzien omdat eiser een voorlopige teruggave van loonheffing van €363 ontving, welke als inkomen werd aangemerkt. Eiser betwist dit en stelt dat de teruggave verband houdt met specifieke aftrekposten, namelijk zorgkosten, en dat hij onterecht tot terugbetaling en invordering is verplicht.
De rechtbank stelt vast dat ook zonder de zorgkostenaftrek de teruggave van €363 zou zijn ontvangen en dat verweerder daarom terecht het bedrag als inkomen heeft aangemerkt en de AIO-aanvulling heeft herzien. Daarnaast is het recht op alleenstaande ouderenkorting een zaak tussen eiser en de Belastingdienst.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht mocht invorderen ondanks lopende bezwaar- en beroepsprocedures. De rechtbank constateert dat de redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep is overschreden en kent eiser een immateriële schadevergoeding van €1.500 toe. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, maar de Staat wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, proceskosten en griffierecht.