Eiser, een Marokkaanse nationaliteit, heeft meerdere aanvragen gedaan voor een verblijfsvergunning met het doel arbeid als zelfstandige te verrichten als medevennoot van een vennootschap onder firma. Na eerdere afwijzingen heeft verweerder het bezwaar tegen de laatste afwijzing ongegrond verklaard. Eiser stelde dat hij nieuwe feiten en omstandigheden had aangevoerd, zoals winstcijfers, jaarrekeningen en een ondernemingsplan, die niet eerder waren meegenomen.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen relevante nieuwe feiten heeft ingebracht die de eerdere afwijzingen kunnen weerleggen. Het vennootschapscontract was reeds bekend, de inbreng van € 15.000 is niet onderbouwd met bewijs, en de jaarrekeningen en het ondernemingsplan zijn onvoldoende om aan te tonen dat eiser daadwerkelijk als zelfstandige werkzaam is binnen de VOF. De winstverdeling is bovendien telkens gewijzigd zonder nadere onderbouwing.
Gelet hierop concludeert de rechtbank dat geen sprake is van nova en dat eiser niet voldoet aan het zelfstandigencriterium. Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meijers op 18 januari 2022.