ECLI:NL:RBDHA:2022:12347
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling wegens weigering PCR-test
Eiser, een Tunesische vreemdeling, is op 20 september 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat de bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig was.
De kern van het geschil betreft de voortvarendheid van de verwijdering van eiser naar Tunesië. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend is en dat er geen zicht is op uitzetting omdat hij weigert mee te werken aan de voor uitzetting noodzakelijke PCR-test. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat een geplande vlucht begin oktober 2022 is geannuleerd vanwege de weigering van eiser om de PCR-test te ondergaan.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende inspanningen levert om de uitzetting te realiseren en dat de vertraging geheel te wijten is aan het niet meewerken van eiser. Door de weigering van de PCR-test voldoet eiser niet aan zijn medewerkingsplicht. De rechtbank ziet geen aanleiding om het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard vanwege het weigeren van de PCR-test door eiser.