Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De oplegging van een maatregel
7.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
€ 21.620,77, bestaande uit € 6.620,77 aan materiële schade en € 15.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen zoals hierboven is bepaald.
,ten behoeve van [moeder slachtoffer] .
,ten behoeve van [dochter slachtoffer] .
€ 15.000,00, bestaande uit immateriële schade. De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 23 januari 2021.
,ten behoeve van [vader slachtoffer] .
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
de terbeschikkingstellingvan de verdachte;
van overheidswege zal worden verpleegd;
€ 21.620,77 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover, te betalen aan [moeder slachtoffer] . De rechtbank stelt de ingangsdatum van de wettelijke rente als volgt vast:
€ 21.620,77, vermeerderd met de wettelijke rente daarover zoals hierboven is bepaald, tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [moeder slachtoffer] ;
€ 15.278,00 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover te betalen aan [slachtoffer] . De rechtbank stelt de ingangsdatum van de wettelijke rente als volgt vast:
€ 15.278,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover zoals hierboven is bepaald, tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer] ;
€ 15.000,00 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 23 januari 2021 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [vader slachtoffer] ;
€ 15.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 23 januari 2021 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer] ;