ECLI:NL:RBDHA:2022:12380
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, voormalig taxichauffeur, vroeg een WIA-uitkering aan wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid per 1 september 2017. Verweerder weigerde de uitkering omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige.
Eiser stelde dat verweerder onzorgvuldig handelde, onvoldoende rekening hield met zijn gezondheidsproblemen, waaronder een hartinfarct in december 2019, en dat er een verband bestaat tussen zijn psychische klachten en het hartinfarct. De rechtbank stelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de rapporten geen aanleiding gaven voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid per datum in geding.
Een deskundigenrapport van een cardioloog concludeerde dat er geen verband bestaat tussen de psychische klachten en het hartinfarct. De arbeidsdeskundige had de functies passend bij de beperkingen van eiser correct vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat de weigering van de WIA-uitkering terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering per 1 september 2017 is ongegrond verklaard.