ECLI:NL:RBDHA:2022:12393
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen aanmaning buitenlandbijdrage AOW
Eiser ontvangt sinds 2016 AOW-pensioen en is verdragsgerechtigde. Verweerder stelde in 2020 de definitieve jaarafrekening 2018 vast, inclusief een buitenlandbijdrage van €3.294,16 waarvan €1.142,30 nog openstond. Na uitblijven van betaling stuurde verweerder meerdere aanmaningen.
Eiser maakte bezwaar tegen de aanmaning, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen een aanmaning geen bezwaar of beroep mogelijk is volgens de Awb. Eiser stelde in beroep dat hij hoge medische kosten in Frankrijk heeft en vroeg om een plafond op zijn eigen risico.
De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit een aanmaning is als bedoeld in artikel 4:112 Awb Pro en dat op grond van artikel 8:4 Awb Pro geen beroep tegen een aanmaning openstaat. Ook bezwaar is niet mogelijk. De overige argumenten van eiser zijn niet relevant voor de ontvankelijkheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanmaning buitenlandbijdrage AOW wordt ongegrond verklaard.