Uitspraak
RECHTBANK
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de brief namens [eiser01] van 20 juli 2022;
- de brief namens [eiser01] van 5 oktober 2022.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak vordert verhuurder betaling van servicekosten voor warmtelevering door huurder van een woning in een complex met blokverwarming. De huurder betwist de hoogte van de verbruikskosten en stelt dat het gemeten verbruik onjuist is, mede omdat radiatoren vaak uit stonden en hij veel afwezig was.
De kantonrechter oordeelt dat warmtelevering onder nutsvoorzieningen met individuele meter valt en dat de huurder een redelijke vergoeding verschuldigd is. Door het ontbreken van de warmtekostenverdelers voor onderzoek en het niet tijdig verstrekken van de specificatie door verhuurder, kan het gemeten verbruik niet worden vastgesteld.
Daarom wordt de redelijke vergoeding berekend op basis van het gemiddelde verbruik van vergelijkbare woningen, aangepast naar de huurperiode. De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 218,29 inclusief incassokosten, met wettelijke rente vanaf 9 oktober 2021. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 218,29 inclusief incassokosten met wettelijke rente vanaf 9 oktober 2021.