ECLI:NL:RBDHA:2022:12410
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaken na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluiten van 27 februari 2022 zijn afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen deze besluiten hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
Op 17 mei 2022 zijn de verzoeken om voorlopige voorziening behandeld, waarbij verzoekers werden bijgestaan door een gemachtigde en tolk, en de verweerder door zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter heeft gelijktijdig uitspraak gedaan in gerelateerde zaken.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees de verzoeken af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.G. Nicholson en griffier M. van Ettikhoven, en is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de beroepen inhoudelijk zijn behandeld.