ECLI:NL:RBDHA:2022:12438

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juni 2022
Publicatiedatum
22 november 2022
Zaaknummer
NL22.7390
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling in asielzaak Dublin Italië

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Vervolgens trok verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening in, met het verzoek om de verweerder te veroordelen in de proceskosten.

De voorzieningenrechter overwoog dat bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening de rechtbank op verzoek van de indiener het bestuursorgaan in de proceskosten kan veroordelen, tenzij er geen aanleiding toe is. Omdat er geen sprake was van tegemoetkomen aan het verzoek om voorlopige voorziening, wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenveroordeling af.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.P. Glerum en griffier M.A.W.M. Engels en is uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2022. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.7390
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.I.T. Sapacua), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 26 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoeker heeft bij brief van 16 mei 2022 het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken met het verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een proceskostenveroordeling, samen met de zaak NL22.7389, op 17 mei 2022 op zitting behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Ingevolge artikel 8:84, vierde lid, van de Awb zijn de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb van overeenkomstige toepassing bij intrekking van een verzoek om een voorlopige voorziening. Als een verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingetrokken, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
2. In een voorlopige voorziening procedure is van tegemoetkomen sprake als het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voorlopig opschort of als het
bestuursorgaan de gevraagde voorlopige maatregel treft waardoor onevenredig nadeel wordt voorkomen. De voorzieningenrechter stelt vast dat er in dit geval geen sprake is van tegemoetkomen aan het verzoek om een voorlopige voorziening.
3. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat er voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding is.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
08 juni 2022

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.