ECLI:NL:RBDHA:2022:12448

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 november 2022
Publicatiedatum
22 november 2022
Zaaknummer
C/09/637068 / JE RK 22-2220
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.4 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wegens onvoldoende noodzaak en negatieve druk op minderjarige

De kinderrechter van de rechtbank Den Haag behandelde op 8 november 2022 het verzoek van een gecertificeerde instelling tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2005. De minderjarige verblijft sinds mei 2022 op een open groep vanwege gedragsproblemen zoals drugsgebruik en stagnerende schoolgang. Hoewel er zorgen zijn over zijn motivatie en wegloopgedrag, zijn er ook positieve ontwikkelingen zoals het goed doen op school en het hebben van een baan.

De gecertificeerde instelling wilde de machtiging als stok achter de deur gebruiken om de minderjarige harder te laten werken aan zijn doelen en hem uit zijn sociale netwerk te halen wanneer hij wegloopt. De minderjarige en zijn advocaat waren het hier niet mee eens, stellende dat de machtiging onnodig is en juist averechts kan werken op zijn intrinsieke motivatie.

De kinderrechter oordeelde dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, zoals de noodzaak vanwege ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Ook achtte de rechter de machtiging geen geschikt middel om extra druk uit te oefenen. De beschikking werd daarom afgewezen.

De beslissing werd mondeling uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 17 november 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: Het verzoek tot een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgewezen wegens onvoldoende noodzaak en negatieve invloed op de motivatie van de minderjarige.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/637068 / JE RK 22-2220
Datum uitspraak: 8 november 2022

Beschikking van de kinderrechter

Afwijzing voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak naar aanleiding van het op 25 oktober 2022 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
betreffende:

[minderjarige01] , geboren op [geboortedatum01] 2005 te [geboorteplaats01] ,

hierna te noemen: [minderjarige02] ,
advocaat: mr. T. Sönmez, gevestigd te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de man01] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats01] ,

[de vrouw01] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats01] .

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift met bijlagen;
- de instemmingsverklaring d.d. 24 oktober 2022 van een gedragswetenschapper, zoals bedoeld in artikel 6.1.4, vierde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.
Op 8 november 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren op locatie, te weten in de gesloten accommodatie voor jeugdhulp [verblijfplaats01] te [plaats01] , behandeld. Daarbij zijn verschenen:
- mevrouw [naam01] (via telefonische verbinding), namens de gecertificeerde instelling;
- [minderjarige02] , bijgestaan door zijn advocaat;
- de begeleider van [minderjarige02] .
Opgeroepen en niet verschenen zijn:
- de vader;
- de moeder.

Feiten

- [minderjarige02] is erkend door de vader.
- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.
- [minderjarige02] verblijft feitelijk op een open groep van [verblijfplaats01] .
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 februari 2022 [minderjarige02] onder toezicht gesteld van 22 februari 2022 tot 22 februari 2023. Voorts heeft de kinderrechter bij beschikking van 2 mei 2022 machtiging verleend [minderjarige02] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 2 mei 2022 tot 22 februari 2023.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige02] toe te voegen.

Verzoek en verweer

Verzocht wordt een voorwaardelijke machtiging [minderjarige02] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling. De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 11 oktober 2022 de voorwaarden opgenomen en de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is de jeugdige op te nemen. Tevens is vermeld welke medewerker bevoegd is tot het nemen van het besluit tot opname.
De gecertificeerde instelling heeft het volgende aan het verzoek ten grondslag gelegd. [minderjarige02] verblijft sinds mei 2022 op een open groep van [verblijfplaats01] vanwege de aanhoudende zorgen over het gedrag dat [minderjarige02] vertoonde. Hij stagneerde in zijn schoolgang, er was sprake van drugsgebruik en hij was vermoedelijk aan het dealen. Op de open groep wordt door de groepsleiding gezien dat [minderjarige02] weinig verantwoordelijkheid neemt voor het werken aan zijn doelen: het behalen van zijn diploma, het verwerken van zijn trauma’s, het verminderen van blowen en het toewerken naar zelfstandigheid. [minderjarige02] doet het nu goed op school en hij heeft een baantje. Het heeft echter een tijd geduurd voordat hij begon met het zoeken naar een nieuwe stage plek. Stage lopen is een vereiste voor het kunnen behalen van zijn diploma. Daarnaast heeft [minderjarige02] weinig vertrouwen in EMDR-therapie en heeft daarom meerdere afspraken afgezegd. Ook is er mogelijk nog sprake van drugsgebruik. Bij [minderjarige02] ontbreekt de intrinsieke motivatie voor het behalen van zijn doelen. Verder is het zorgelijk dat [minderjarige02] regelmatig wegloopt van de groep en er dan geen zicht is op waar hij verblijft en met wie hij omgaat. Ook is er een incident geweest op de groep en is er mogelijk sprake van afpersing en bedreiging. Omdat [minderjarige02] bijna achttien wordt en het belangrijk is om hem in de goede richting te bewegen, vindt de gecertificeerde instelling het noodzakelijk om de voorwaardelijke machtiging achter de hand te hebben. Het moet als stok achter de deur dienen voor [minderjarige02] . Het heeft tot doel om hem uit het sociale netwerk te kunnen halen en de samenwerking met [minderjarige02] te blijven aangaan wanneer hij wegloopt en geen contact houdt met de groepsleiding. Vanuit het huidige zorgaanbod kan de gesloten groep van [verblijfplaats01] als een korte time-out fungeren voor een aantal weken.
Door en namens [minderjarige02] is niet ingestemd met het verzochte. Een voorwaardelijke machtiging is in de onderhavige situatie niet noodzakelijk. [minderjarige02] houdt zich al aan de gestelde voorwaarden en een voorwaardelijke machtiging zorgt voor een bepaalde druk bij [minderjarige02] . [minderjarige02] is bang dat hij hierdoor minder intrinsiek gemotiveerd zal zijn. [minderjarige02] heeft een duidelijk doel voor ogen en hij is bijna meerderjarig. Het is daarom belangrijk dat hem een stukje vertrouwen wordt gegeven.

Beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.4, eerste lid, Jeugdwet kan een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken en kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen buiten de accommodatie worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden.
De kinderrechter is van oordeel dat niet, althans onvoldoende is voldaan aan de vereisten die artikel 6.1.4, eerste lid, Jeugdwet stelt aan het verlenen van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. De kinderrechter zal het verzoek van de gecertificeerde instelling dan ook afwijzen en overweegt daartoe als volgt. Hoewel er nog een aantal zorgen zijn met betrekking tot de intrinsieke motivatie van [minderjarige02] en zijn wegloopgedrag, ziet de kinderrechter ook dat er positieve ontwikkelingen zijn. Hij gaat met plezier naar zijn werk toe en hij doet het goed op school. De gecertificeerde instelling heeft aangegeven de voorwaardelijke machtiging achter de hand te willen hebben om extra druk uit te oefenen op [minderjarige02] , zodat hij harder gaat werken aan zijn doelen en om hem uit het netwerk te kunnen halen als hij wegloopt van de groep. De kinderrechter is van oordeel dat de voorwaardelijke machtiging daartoe geen geschikt middel is en ziet onvoldoende noodzaak voor de mogelijkheid van een gesloten plaatsing als stok achter de deur. Daarbij zal het boven het hoofd hangen van een gesloten plaatsing er wellicht voor zorgen dat [minderjarige02] te veel druk ervaart en minder intrinsiek wordt gemotiveerd. Deze intrinsieke motivatie moet [minderjarige02] juist de komende tijd gaan ontwikkelen. Dit is een laatste kans voor [minderjarige02] voordat hij achttien wordt en het is belangrijk dat hij blijft werken aan zijn gestelde doelen om een (voorwaardelijke) gesloten plaatsing te voorkomen.

Beslissing

De kinderrechter:
wijst af het verzoek tot een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2022 door mr. E.M.M. Engbers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D.W.E. van Reisen als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 17 november 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.