ECLI:NL:RBDHA:2022:12448
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wegens onvoldoende noodzaak en negatieve druk op minderjarige
De kinderrechter van de rechtbank Den Haag behandelde op 8 november 2022 het verzoek van een gecertificeerde instelling tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2005. De minderjarige verblijft sinds mei 2022 op een open groep vanwege gedragsproblemen zoals drugsgebruik en stagnerende schoolgang. Hoewel er zorgen zijn over zijn motivatie en wegloopgedrag, zijn er ook positieve ontwikkelingen zoals het goed doen op school en het hebben van een baan.
De gecertificeerde instelling wilde de machtiging als stok achter de deur gebruiken om de minderjarige harder te laten werken aan zijn doelen en hem uit zijn sociale netwerk te halen wanneer hij wegloopt. De minderjarige en zijn advocaat waren het hier niet mee eens, stellende dat de machtiging onnodig is en juist averechts kan werken op zijn intrinsieke motivatie.
De kinderrechter oordeelde dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, zoals de noodzaak vanwege ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Ook achtte de rechter de machtiging geen geschikt middel om extra druk uit te oefenen. De beschikking werd daarom afgewezen.
De beslissing werd mondeling uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 17 november 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: Het verzoek tot een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgewezen wegens onvoldoende noodzaak en negatieve invloed op de motivatie van de minderjarige.