Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
4.De vorderingen van de benadeelde partijen
5. De beslissing
Rechtbank Den Haag
Op 6 mei 2021 werd de 17-jarige [slachtoffer] in Den Haag dodelijk gestoken tijdens een conflict tussen rivaliserende drillrapgroepen. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen of medeplichtigheid aan doodslag en openlijk geweld in vereniging. Uit uitgebreid onderzoek, waaronder camerabeelden, DNA-onderzoek en getuigenverklaringen, bleek dat verdachte niet degene was die het fatale messteken toebracht, noch dat hij direct geweld gebruikte.
De rechtbank stelde vast dat [GD] de steekwond had toegebracht en [JD] een vuurwapen gebruikte tijdens het incident. Verdachte was wel aanwezig en reed als bestuurder van een betrokken auto, maar handelde niet met voorbedachten rade en was niet op de hoogte van de wapens of plannen van de anderen. Hij stond op afstand tijdens het geweld en deed geen significante bijdrage aan het geweld.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor opzet of voorwaardelijk opzet van verdachte op de dood van het slachtoffer. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van medeplegen en medeplichtigheid aan doodslag en van openlijk geweld in vereniging. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen of medeplichtigheid aan doodslag.