ECLI:NL:RBDHA:2022:12494
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken beschermenswaardig familieleven
Eiseres, geboren in 1978 en met de Marokkaanse nationaliteit, diende op 23 december 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met als doel verblijf bij haar echtgenoot, die een geldige verblijfsvergunning heeft en inmiddels genaturaliseerd is. De aanvraag werd afgewezen omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en verweerder oordeelde dat er geen sprake was van familieleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
Eiseres stelde dat zij vrijstelling van het mvv-vereiste moest krijgen vanwege het beschermenswaardig familieleven met haar echtgenoot, met wie zij sinds 12 februari 2019 getrouwd is en samenwoont. Ter onderbouwing overlegde zij verklaringen van derden en medische documenten die de zorgafhankelijkheid van haar echtgenoot onderbouwen. Verweerder handhaafde het standpunt dat het familieleven niet aannemelijk was, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen over samenwonen en het ontbreken van inschrijving in de Basisregistratie Personen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat het familieleven niet aannemelijk was, mede omdat samenwonen een belangrijke indicatie is en de overgelegde verklaringen elkaar tegenspraken. Ook de medische situatie van de echtgenoot en de geboorte van een kind na het bestreden besluit konden het oordeel niet veranderen. De belangenafweging woog zwaarder in het nadeel van eiseres vanwege het restrictieve migratiebeleid en het economisch belang van de Nederlandse Staat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard.