ECLI:NL:RBDHA:2022:12514
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in arbeidsgeschil tussen werknemer en Royal Floraholland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een arbeidsgeschil met Royal Floraholland (RFH), waarin de ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd gevorderd. Het verzoek betrof vijf gronden die vooral zagen op vermeende vooringenomenheid van de rechter tijdens de zitting van 28 april 2022.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de schriftelijke stukken, de mondelinge behandeling en de reactie van de rechter. Een getuigenverhoor werd afgewezen omdat dit niet zou bijdragen aan de beoordeling van de vermeende partijdigheid. De wrakingskamer stelt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen bijzondere omstandigheden tot wraking kunnen leiden.
De geuite klachten betroffen vooral de wijze waarop de rechter zich uitliet of juist niet uitliet over verzoeken en uitlatingen van partijen. De wrakingskamer zag echter geen zwaarwegende aanwijzingen voor (de schijn van) partijdigheid. Ook klachten over de bejegening van verzoeker door de rechter werden niet als wrakingsgrond aanvaard.
Ten slotte oordeelde de wrakingskamer dat het opstellen van een proces-verbaal na het wrakingsverzoek niet kan worden gezien als voortzetting van de zaak. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet.