ECLI:NL:RBDHA:2022:12516
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 13 mei 2022 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 1 juni 2022 behandeld. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl verweerder niet aanwezig was vanwege verhindering.
De rechtbank heeft bij uitspraak in zaaknummer NL22.8976 het beroep op het bestreden besluit behandeld en beslist. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.J.A. Schaaf en is uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2022. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld en beslist.