ECLI:NL:RBDHA:2022:12546
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing ondertoezichtstelling minderjarige vanwege verblijf in het buitenland
De vader, belast met het ouderlijk gezag, verzoekt de opheffing van de ondertoezichtstelling van zijn minderjarige kind, die feitelijk bij de moeder in Engeland verblijft. De gecertificeerde instelling kan de ondertoezichtstelling niet meer uitvoeren vanwege het verblijf in het buitenland.
De gecertificeerde instelling heeft contact opgenomen met Birmingham Children’s Trust, die na huisbezoek geen zorgen constateert over de thuissituatie of opvoedvaardigheden van de moeder. Zowel de vader als de gecertificeerde instelling stemmen in met het verzoek tot opheffing.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor ondertoezichtstelling niet langer aanwezig zijn, mede omdat de Engelse jeugdzorg op de hoogte is van de situatie en geen inmenging noodzakelijk acht. De beschikking tot opheffing is op 10 november 2022 mondeling gegeven en op 22 november 2022 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: De kinderrechter heft de ondertoezichtstelling op vanwege het verblijf van de minderjarige in Engeland en het ontbreken van noodzaak tot inmenging door jeugdzorg.