ECLI:NL:RBDHA:2022:1255
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen ambtshalve uitschrijving uit basisregistratie personen wegens emigratie naar onbekend land
Eiseres en haar dochter stonden ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) op een adres in Den Haag. De gemeente schortte de bijhouding van hun persoonsgegevens op met de vermelding 'emigratie naar een onbekend land', omdat eiseres niet meer op het adres woonde en haar verblijfplaats onbekend was.
Eiseres voerde aan dat zij tijdelijk in Curaçao verbleef en niet blijvend in het buitenland wilde vestigen. Zij had afspraken gemaakt met woningbouw, werkgever en leerplichtambtenaar en was na ongeveer acht maanden teruggekeerd naar Nederland, waardoor zij geen aangifte van vertrek had gedaan. De rechtbank oordeelde dat eiseres telefonisch en per e-mail was benaderd om een adres te registreren, maar dit niet had gedaan, waardoor zij als onbereikbaar werd beschouwd.
De rechtbank stelde vast dat eiseres geen aangifte van vertrek had gedaan, terwijl zij langer dan acht maanden in het buitenland verbleef. Het onderzoek van de gemeente was gedegen en toonde aan dat de woning niet bewoond werd door eiseres. Er was geen hardheidsclausule in de Wet BRP die tot een ander besluit zou kunnen leiden. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Biever op 17 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de ambtshalve uitschrijving uit de BRP is ongegrond verklaard.