Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 23 mei 2022 het beroep van eiser tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens was er een beroep tegen een terugkeerbesluit, dat echter niet-ontvankelijk werd verklaard omdat een terugkeerbesluit niet kan worden opgelegd bij een maatregel van bewaring.
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit en hartpatiënt, voerde aan dat een lichter middel zoals een meldplicht passend was, mede vanwege zijn medische situatie en rechtmatig verblijf in Duitsland. De rechtbank oordeelde dat het risico op onttrekking aan toezicht voldoende was gemotiveerd en dat de medische zorg in het detentiecentrum toereikend is, zodat geen lichter middel noodzakelijk was.
Daarnaast stelde eiser dat de overdracht aan Duitsland niet voortvarend genoeg verliep. De rechtbank stelde vast dat een claimverzoek en vertrekgesprek hadden plaatsgevonden en dat een claimakkoord met Duitsland bestond, waardoor het handelen van verweerder als voldoende voortvarend werd beoordeeld.
Het beroep tegen de maatregel van bewaring werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen de daarvoor gestelde termijnen.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.