Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [v-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublin-verordening.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de bodemzaak behandeld en geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Wel is de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €759,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan op 13 juni 2022 door de voorzieningenrechter M.P. Glerum in aanwezigheid van griffier M.A.W.M. Engels. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van €759,-.