ECLI:NL:RBDHA:2022:1260

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2022
Publicatiedatum
18 februari 2022
Zaaknummer
NL21.20264
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening en aanhouding bodemprocedure in asielzaak

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 27 december 2021 waarin haar asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zij internationale bescherming geniet in Bulgarije. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 10 februari 2022 en besloot het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. De bodemprocedure werd aangehouden om de asielprocedures van verzoekster en haar echtgenoot synchroon te laten verlopen, met als doel hen als echtpaar bij elkaar te houden.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan in het openbaar en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De voorlopige voorziening is toegewezen en de bodemprocedure aangehouden om de asielprocedures van verzoekster en haar echtgenoot synchroon te laten verlopen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.20264
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoekster v-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. M.M. van Woensel),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. F.F.M. van de Kamp).

Procesverloop

Bij besluit van 27 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoekster internationale bescherming geniet in Bulgarije.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de beroepszaak NL21.20263, op 10 februari 2022 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen G.M.A. Al hariba. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekster er belang bij heeft om de uitkomst van haar beroep in Nederland te kunnen afwachten, nu het beroep ter zitting wordt aangehouden. De voorzieningenrechter wil zorgen dat de asielprocedures van verzoekster en haar echtgenoot, [Naam 2], synchroon gaan lopen. Het doel is namelijk om hen als echtpaar bij elkaar te houden. Om recht te houden op opvang in Nederland wordt daarom ook de voorlopige voorziening toegewezen totdat er een uitspraak is gedaan in beroep.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2022 door mr. C. van Boven- Hartogh, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR19221023

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.