ECLI:NL:RBDHA:2022:12602
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijke vrees voor politieke vervolging in Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Hij stelde dat hij vanwege zijn politieke activiteiten en deelname aan demonstraties in Algerije gevaar liep. De aanvraag werd op 17 mei 2022 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde het beroep op 16 juni 2022 en oordeelde dat hoewel eiser medische klachten had die zijn verklaringen konden beïnvloeden, dit niet leidde tot een andere beoordeling van de geloofwaardigheid van zijn relaas. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij politiek actief was op Facebook of een fundamentele politieke overtuiging had.
Verder bleek uit het dossier dat eiser geen bijzondere rol had bij demonstraties en dat hij na zijn vertrek uit Algerije geen asiel had aangevraagd in andere veilige landen. Ook was niet gebleken dat hij door de Algerijnse autoriteiten werd vervolgd of bedreigd na zijn vertrek. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de aanvraag terecht was afgewezen.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.