Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] ,eiseres, [V-nummer 2]
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Nigeriaanse nationaliteit, en hun minderjarige dochter werden op 9 juni 2022 onderworpen aan een maatregel van bewaring door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eisers stelden dat de staandehouding en bewaring van hun minderjarige dochter onrechtmatig was omdat er geen afzonderlijk proces-verbaal was opgemaakt en zij geen zelfstandige maatregel van bewaring had gekregen.
De maatregel van bewaring werd op 13 juni 2022 opgeheven. Eisers stelden beroep in tegen de maatregel en vroegen tevens om schadevergoeding wegens onrechtmatigheid. De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest.
Uit het dossier bleek dat er wel degelijk een afzonderlijk proces-verbaal van staandehouding was opgemaakt en een zelfstandige maatregel van bewaring was opgelegd aan de minderjarige dochter. De rechtbank oordeelde dat de beroepsgrond niet slaagde, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 20 juni 2022 in Utrecht door rechter J.G. Nicholson, in aanwezigheid van griffier A.M. Zwijnenberg. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.