ECLI:NL:RBDHA:2022:12626
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Verzoeker had een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel nareis ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar tegen deze afwijzing, stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank. Vervolgens besloot de verweerder alsnog de mvv te verlenen, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep was tegemoetgekomen, waardoor het intrekken van het beroep gerechtvaardigd was. Omdat verzoeker tijdens de bezwaarfase geen proceskostenvergoeding had gevraagd, beperkte de rechtbank haar beoordeling tot de beroepsfase. Gezien het verzet van verweerder tegen vergoeding ontbrak, wees de rechtbank het verzoek toe en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten ad € 759,-.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het betaalde griffierecht van € 184,- te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot verweerder moet wenden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 29 juni 2022.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ad € 759,- na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.