Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 22 mei 2022 de maatregel van bewaring opgelegd vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Oostenrijk volgens de Dublinverordening en een risico op het onttrekken aan toezicht.
Eiser voerde onder meer aan dat hij tijdens het gehoor suïcidale uitingen had gedaan die onvoldoende werden meegewogen bij de beslissing om geen lichter middel toe te passen. De rechtbank concludeerde echter dat de verbalisant de ernst van deze uitlatingen juist had ingeschat en dat er geen aanleiding was deze mee te wegen.
Daarnaast stelde eiser dat de medische zorg in detentie onvoldoende was, maar de rechtbank oordeelde dat eiser niet detentieongeschikt was verklaard en dat de algemene informatie over zorgtekorten onvoldoende was om de maatregel aan te tasten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.