ECLI:NL:RBDHA:2022:12668
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens misbruik van wrakingsmiddel in belastingzaken
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de belastingzaken SGR 19/3665 en SGR 19/3667 behandelde, stellende dat de rechter onpartijdigheid zou missen door het handelen van administratief personeel en eerdere onregelmatigheden. De rechtbank oordeelde dat het verzoek onvoldoende concreet was en geen bijzondere omstandigheden bevatte die de schijn van partijdigheid rechtvaardigen.
De mondelinge behandeling van de zaken op 23 augustus 2022 ging niet door vanwege het wrakingsverzoek. De rechtbank stelde vast dat verzoekster meerdere eerdere wrakingsverzoeken had ingediend, die vertraging veroorzaakten en concludeerde dat zij het wrakingsmiddel misbruikte om de procedure te frustreren.
Daarom verklaarde de rechtbank het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk, bepaalde dat de behandeling van de belastingzaken wordt voortgezet zoals voor het wrakingsverzoek, en verbood verdere wrakingsverzoeken in deze zaken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende concretisering en misbruik; verdere wrakingsverzoeken in deze zaken worden niet in behandeling genomen.