Uitspraak
Rechtbank den haag
1.1. De procedure
- de heer [vertegenwoordiger] en mr. D. Fasseur,
- mr. [A] en mr. [B] , namens het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk, de wederpartij in de hoofdzaak, als toehoorders.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, JuraanZee 14 B.V., heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. G.P. Kleijn, rechter in een zaak over een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Het verzoek was gebaseerd op de stelling dat de rechter aan de wederpartij vroeg hoe hij de procedure had ervaren, terwijl dit niet aan verzoekster werd gevraagd, wat volgens verzoekster de onpartijdigheid aantastte.
De wrakingskamer heeft het proces-verbaal van de zitting van 5 juli 2022 bestudeerd en vastgesteld dat ook de gemachtigde van verzoekster gelegenheid heeft gekregen om te reageren. De kamer overweegt dat een rechter een zekere vrijheid heeft om vragen te stellen, ook als die niet direct relevant zijn voor de juridische beoordeling, en dat er geen aanwijzingen zijn dat de rechter zijn oordeel vooraf had gevormd.
Daarom concludeert de wrakingskamer dat er geen sprake is van vooringenomenheid of de schijn daarvan en wijst het wrakingsverzoek af. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing is op 19 september 2022 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor partijdigheid.