ECLI:NL:RBDHA:2022:12682
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen ongewenstverklaring en beëindiging EU-verblijfsrecht wegens openbare orde
Eiser, een Poolse Unieburger, is sinds 2017 herhaaldelijk veroordeeld voor diverse strafbare feiten, waaronder diefstal met geweld en braak. Op 29 januari 2019 is hij veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar. Verweerder beëindigde het EU-verblijfsrecht van eiser en verklaarde hem ongewenst vanwege een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor de samenleving.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een positieve gedragsverandering na de ISD-maatregel, mede doordat hij geen objectiveerbare bewijsstukken heeft overgelegd. Verweerder heeft terecht geoordeeld dat het gedrag van eiser een actuele bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving.
Eisers beroep tegen de beëindiging van het EU-verblijfsrecht is niet-ontvankelijk omdat de ongewenstverklaring nog van kracht is. Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard. De rechtbank wijst het beroep af en legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het EU-verblijfsrecht is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de ongewenstverklaring ongegrond verklaard.