ECLI:NL:RBDHA:2022:12689
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening gezinshereniging wegens mvv-vereiste
Verzoekster, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met als doel gezinshereniging bij haar partner in Nederland. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 8 juni 2022, waarbij verzoekster werd vertegenwoordigd door haar gemachtigde en verweerder niet aanwezig was.
De rechter oordeelde dat verzoekster een spoedeisend belang had bij beoordeling, maar dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had. De belangenafweging van verweerder, waarbij werd vastgesteld dat het gezinsleven ook in Marokko of Spanje kan worden uitgeoefend, werd niet onredelijk geacht. Verzoekster had onvoldoende gemotiveerd waarom het voor haar onmogelijk of onevenredig bezwarend zou zijn om naar Spanje of Marokko te gaan om daar een mvv aan te vragen.
De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van vrijstelling van het mvv-vereiste.