Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Poolse nationaliteit, werd op 28 juni 2022 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze maatregel stelde hij beroep in, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. De maatregel werd op 6 juli 2022 opgeheven. De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en of schadevergoeding moest worden toegekend.
De rechtbank constateerde dat eiser de gronden voor de bewaring niet had betwist. Zijn bezwaar tegen de ongewenstverklaring lag niet ter toetsing in deze procedure en had geen opschortende werking, waardoor de bewaring op een juiste grondslag was gebaseerd. Eiser stelde dat hij geen effectief rechtsmiddel had tegen zijn uitzetting, maar de rechtbank oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting een effectief rechtsmiddel vormde conform artikel 13 EVRM Pro.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.