ECLI:NL:RBDHA:2022:12704

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 november 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
AWB 22/5525
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 3:41 AwbArt. 4.37 VbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
Verwijzingen
14 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening na adreswijziging in vreemdelingenrecht

De zaak betreft een beroep tegen het besluit van 24 januari 2020 waarbij de internationale beschermingsstatus van eiser is ingetrokken. Eiser heeft het beroep ruim na de vierwekentermijn ingediend, namelijk op 22 augustus 2022, terwijl de termijn eindigde op 21 februari 2020.

De rechtbank overweegt dat de termijn voor het indienen van beroep vier weken bedraagt en begint te lopen de dag na de bekendmaking van het besluit. Bekendmaking geschiedt door toezending naar het laatst bekende adres. Eiser heeft nagelaten zijn adreswijziging door te geven aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst, waardoor het besluit naar het oude adres is gestuurd.

Volgens vaste rechtspraak is het bestuursorgaan niet verplicht verder te zoeken naar een nieuw adres. De risico's van het niet doorgeven van een adreswijziging komen voor rekening van eiser. Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het niet doorgeven van een adreswijziging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 22/5525

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

v-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 24 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de internationale
beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van eiser
ingetrokken. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb [2] zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 69 van Pro de Vw bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift, in afwijking van artikel 6:7 van Pro de Awb, vier weken. Gelet op artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
2. Bekendmaking van een besluit geschiedt volgens artikel 3:41, eerste lid van de Awb door toezending of uitreiking van het besluit aan de belanghebbende. Op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor afloop van de termijn is ontvangen. In artikel 6:11 van Pro de Awb is bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift de niet-ontvankelijkheid vanwege de termijnoverschrijding achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3. De termijn om beroep in te stellen tegen het bestreden besluit is aangevangen op 24 januari 2020 en eindigde op 21 februari 2020. Het beroepschrift van 22 augustus 2022 is daarom ruim buiten de in artikel 69 van Pro de Vw bepaalde termijn van vier weken door verweerder ontvangen, zodat het beroep te laat is ingesteld. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten is.
4. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling [3] heeft het bestuursorgaan aan zijn bekendmakingsverplichting als bedoeld in artikel 3:41 van Pro de Awb voldaan als het besluit wordt verzonden naar het laatst bekende adres van de betrokkene, ook al is dit niet meer juist, en de betrokkene heeft nagelaten het bestuursorgaan van de adreswijziging op de hoogte te stellen.
5. Op eiser rust op grond van artikel 4.37 van het Vb [4] de verantwoordelijkheid om binnen vijf dagen na verandering van zijn adres of van woon- of verblijfplaats binnen Nederland de IND [5] daarvan op de hoogte te stellen.
6. Uit de door verweerder overgelegde uitdraai van 14 januari 2022 en het bestreden besluit van 24 januari 2020 blijkt dat het bestreden besluit is verzonden naar het laatst bekende adres van eiser. Eiser heeft verweerder niet op de hoogte gesteld van zijn nieuwe adres. Eiser heeft dan ook niet voldaan aan artikel 4.37 van het Vb. Eiser heeft door verweerder niet op de hoogte te brengen van zijn adreswijziging het risico genomen dat verweerder een eventueel besluit naar zijn oude adres zou versturen. De nadelige gevolgen van dit risico zijn geheel voor rekening van eiser.
7. Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan
binnenzes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1082.
4.Vreemdelingenbesluit 2000.
5.Immigratie- en Naturalisatiedienst.