Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 maart 2016 tot en met 22 oktober 2018 te Zoetermeer, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk een of meer geldbedrag(en) (in totaal EUR 521.471,87), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehoorde aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als administrateur, elk geval anders dan door misdrijf onder zich had,
3.De bewijsbeslissing
hij op tijdstippen in de periode van 9 maart 2016 tot en met 22 oktober 2018 te Zoetermeer, in elk geval in Nederland, telkens opzettelijk geldbedragen (in totaal EUR 521.471,87
) toebehorendaan [slachtoffer] , welk goed
erenverdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als administrateur, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
22 oktober 2018te Zoetermeer, althans in Nederland, (van) geldbedragen (in totaal EUR 521.471,87),
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft;
witwassen;
17 (zeventien) maanden;