ECLI:NL:RBDHA:2022:12715
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestuurlijke dwangsom wegens te late besluitvorming op bezwaar in vreemdelingenopvang
Eiseres, een Ethiopische vrouw zonder geldige verblijfsvergunning, stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de beëindiging van haar opvang in de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV). Tijdens de procedure nam verweerder alsnog een besluit op bezwaar, waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard omdat eiseres inmiddels opvang kreeg in een asielzoekerscentrum.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk was, aangezien eiseres haar gewenste opvang inmiddels ontving. Wel werd vastgesteld dat verweerder te laat had beslist, waardoor een bestuurlijke dwangsom was verbeurd. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het ging over de hoogte van deze dwangsom en stelde vast dat de maximale dwangsom van €1.442,- verschuldigd was.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €759,-. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit en bevestigt het recht van eiseres op de dwangsom wegens de overschrijding van de beslistermijn.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk, het beroep tegen de hoogte van de bestuurlijke dwangsom is gegrond en verweerder is veroordeeld tot betaling van de maximale dwangsom en proceskosten.