ECLI:NL:RBDHA:2022:12743
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning visum kort verblijf na onzorgvuldige afwijzing en onvoldoende motivering
Eiseres, van Libanese nationaliteit, vroeg een visum voor kort verblijf aan om haar zoon in Nederland te bezoeken. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van het doel van het verblijf, onvoldoende middelen en twijfel over terugkeer. Eiseres stelde dat zij een sterke sociale en economische binding met Libanon heeft, voldoende middelen bezit en ten onrechte niet is gehoord.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte geen gehoor gaf in de bezwaarprocedure, waardoor het besluit onzorgvuldig tot stand kwam. Daarnaast was de motivering van verweerder onvoldoende, omdat eerdere visumaanvragen en terugkeer niet waren meegewogen. De sociale binding met Libanon is sterk vanwege echtgenoot, kinderen en moeder die daar verblijven, en de economische binding is aannemelijk door het gezamenlijk runnen van een fotostudio.
Verweerder had ook onvoldoende onderbouwd waarom eiseres niet over voldoende middelen zou beschikken. De rechtbank concludeerde dat er geen redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiseres om tijdig terug te keren. Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en beval de verlening van het visum. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing en beveelt de verlening van het visum kort verblijf aan eiseres.