Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 5 oktober 2022 was opgelegd. Hij vorderde tevens schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheid van de bewaring.
De rechtbank had de rechtmatigheid van de maatregel reeds eerder beoordeeld en oordeelde dat deze tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De beoordeling richtte zich nu op de periode daarna, waarbij eiser stelde dat de maatregel vanaf 11 november 2022 onrechtmatig was omdat de omzetting niet tijdig had plaatsgevonden.
De rechtbank stelde vast dat het besluit tot buiten behandeling stellen van de asielaanvraag op 2 november 2022 pas op of rond 10/11 november 2022 correct aan eiser was uitgereikt, waardoor de beroepstermijn pas toen begon te lopen. De omzetting van de maatregel op 18 november 2022 was daarmee tijdig. Daarnaast werd geoordeeld dat het aanvragen van een laissez-passer geen onrechtmatige uitzettingshandeling vormde.
De klacht dat de asielbeschikking te laat was uitgereikt en de bewaring daardoor onrechtmatig werd verlengd, werd eveneens verworpen. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.