Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van ERA door [eiser] van 10 september 2021, met producties 1 tot en met 27;
- de conclusie van antwoord van ERA, met producties 28 tot en met 45;
- het tussenvonnis van 1 juni 2022, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen;
- de door [eiser] overgelegde aanvullende productie 28 (emailbericht);
- de door [eiser] overgelegde aanvullende productie 29 (twee videofragmenten);
- de door ERA overgelegde aanvullende productie 46 (notitie het GeluidBuro, 23 juni 2022);
- de door ERA overgelegde aanvullende producties 47 tot en met 51 (vijf videofragmenten);
- de door [eiser] op 9 september 2022 overgelegde aanvullende productie 30;
- de akte van ERA met een reactie op de aanvullende productie 30;
- de brief van [eiser] van 19 oktober 2022 met het verzoek om onderdelen van de akte te weigeren;
- de schriftelijke reactie van ERA van 20 oktober 2022 op de brief van [eiser] van 19 oktober 2022;
- de brief van [eiser] van 21 oktober 2022 met het verzoek de reactie van ERA van 20 oktober 2022 te weigeren;
- het bericht van de rechtbank aan partijen dat voor zover bepaalde passages in de akte van ERA als repliek [bedoeld is dupliek] zijn aan te merken zij deze niet bij de beoordeling zal betrekken.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Inleiding
geheelonhoorbaar moeten zijn, maar dat het erom gaat dat deze niet
hinderlijkhoorbaar zijn voor de onderburen. De rechtbank zal op die - verminderde - eis beslissen.
.In de contractstukken hebben partijen evenmin daaraan eisen gesteld.