Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 augustus 2021. Op 1 juni 2022 is alsnog op de aanvraag beslist, waarbij verweerder de aanvraag inwilligde. Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Eiser betoogde dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die bestuurlijke dwangsommen op asielbesluiten uitsluit, onverbindend is wegens strijd met het Unierecht. De rechtbank overwoog dat de asielprocedure een specifiek karakter heeft en wezenlijk verschilt van andere bestuursrechtelijke procedures, waardoor het gelijkwaardigheidsbeginsel niet wordt geschonden door de uitsluiting.
De rechtbank concludeerde dat het niet toepassen van de dwangsomregeling niet leidt tot onaanvaardbare belemmeringen voor het effectueren van het recht op asiel. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser ad € 379,50.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten ad € 379,50.