ECLI:NL:RBDHA:2022:1290
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens ontbreken gezinsleven en toepassing jongvolwassenenbeleid
Eiseres, een Iraakse vrouw, diende een mvv-aanvraag in voor verblijf bij haar meerderjarige zoon in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af omdat de familierechtelijke relatie niet was aangetoond. Hoewel deze relatie later werd erkend, stelde verweerder dat er geen sprake was van gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, mede vanwege het niet voldoen aan het jongvolwassenenbeleid en het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
Eiseres voerde in beroep aan dat het jongvolwassenenbeleid wel van toepassing was en dat de belangenafweging onjuist was, met name omdat verweerder onvoldoende rekening zou hebben gehouden met de objectieve belemmering voor de zoon om terug te keren naar het land van herkomst. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder alle relevante feiten had betrokken en dat de belangenafweging, inclusief het economische belang van de Nederlandse staat, zorgvuldig en gemotiveerd was gemaakt.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en concludeerde dat het weigeren van de mvv niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.