ECLI:NL:RBDHA:2022:1293
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening in terugkeerbesluit niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft op 23 december 2020 zijn asielaanvraag ingetrokken. Op diezelfde datum is een terugkeerbesluit aan verzoeker opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb zonder zitting uitspraak kon worden gedaan. Omdat het beroep door verzoeker was ingetrokken, was er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer. Hierdoor werd het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 14 februari 2022 door de voorzieningenrechter M. van Nooijen en griffier C.M. van den Berg. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep is ingetrokken.