Partijen zijn gewezen echtgenoten die in een civiele procedure strijden over de verdeling van hun ontbonden huwelijksgemeenschap, waaronder onroerende zaken gelegen in Kenia en aandelen in een vennootschap. De vrouw betwist de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid en stelt dat de Keniaanse rechter bevoegd is, omdat de onroerende zaken in Kenia liggen.
De rechtbank beoordeelt in een incident of zij bevoegd is om van de vorderingen van de man kennis te nemen. De internationale bevoegdheid wordt bepaald aan de hand van Verordening (EU) 2016/1103. De rechtbank constateert dat de gewone verblijfplaatsen van partijen in verschillende landen liggen en dat Kenia geen lidstaat is van de EU, waardoor de Nederlandse rechter op grond van de nationaliteit van partijen bevoegd is.
De vordering van de vrouw om de Nederlandse rechter zich onbevoegd te verklaren wordt afgewezen. De rechtbank houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindvonnis in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen voor verdere behandeling, waarbij de man een conclusie van antwoord in reconventie zal nemen.