Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 23 juni 2022 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd genomen vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken.
Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde aan dat zijn asielprocedure nog openstond en dat hij daarom recht had op opvang in een asielzoekerscentrum, eventueel met een meldplicht, als lichter middel in plaats van bewaring. De rechtbank oordeelde dat de gronden voor het risico op onttrekking voldoende waren onderbouwd, mede omdat eiser eerder naar Duitsland was overgedragen maar toch terugkeerde naar Nederland, wat het risico op onttrekking bevestigt.
De rechtbank liet het geschilpunt over een bepaalde zware grond onbesproken omdat de overige gronden voldoende waren om de maatregel te dragen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.