ECLI:NL:RBDHA:2022:13085
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument wegens schijnrelatie en terugkeerbesluit
Eiser, een Iraakse nationaliteitdragende persoon, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door verweerder is afgewezen vanwege vermoedens van een schijnrelatie met een Slowaakse vrouw. Verweerder baseerde zich op meerdere indicatieve criteria en tegenstrijdige verklaringen van eiser en zijn partner.
Eiser stelde dat de tegenstrijdigheden voortkomen uit zijn ziekte en dat getuigenverklaringen en communicatie via emoticons en spraakberichten de duurzaamheid van de relatie ondersteunen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft meegewogen dat er essentiële tegenstrijdigheden zijn, die niet voldoende zijn onderbouwd door eiser.
De rechtbank stelde vast dat de hoorplicht niet is geschonden omdat eiser en zijn partner in de primaire fase uitgebreid zijn gehoord en de nadien ingediende stukken geen aanleiding gaven tot hernieuwde hoorzitting. Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsaanvraag wegens schijnrelatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.