Eiser beschikte over een parkeervergunning die was verleend voor een ander kenteken dan het kenteken van de geparkeerde auto. Op 30 september 2021 werd geconstateerd dat eiser parkeerde zonder dat het kenteken van de geparkeerde auto was geactiveerd, wat volgens de vergunningvoorwaarden verplicht is.
De rechtbank oordeelde dat het achter de voorruit plaatsen van de parkeervergunning niet volstaat als het juiste kenteken niet is geactiveerd. Het niet activeren van het kenteken op de website van de gemeente valt onder de verantwoordelijkheid van eiser, die zich had moeten informeren over de geldende voorschriften.
Daarom was het parkeren zonder een geldige vergunning en was de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.